Het antwoord zit vaak niet in de vulling zelf, maar in de conditie van het levende zenuwweefsel vóór de behandeling.
Bij een diep gaatje bevinden bacteriën zich dicht bij het zenuwweefsel van de tand, de pulpa.
De tandarts probeert zoveel mogelijk aangetast tandweefsel te verwijderen en tegelijkertijd de zenuw te beschermen. Maar wanneer de cariës erg diep is, kan de pulpa al geïrriteerd, ontstoken of beschadigd zijn.
Die biologische schade is niet altijd volledig zichtbaar op een röntgenfoto en ook niet altijd exact te voorspellen tijdens de behandeling.
Daarom kan een tand na een technisch goed uitgevoerde vulling toch klachten ontwikkelen.
Een tand bestaat niet alleen uit hard tandweefsel.
Binnenin bevindt zich de pulpa: levend weefsel met zenuwen en bloedvaten.
Wanneer cariës steeds dieper wordt, komen bacteriën en hun afvalstoffen dichter bij dit weefsel.
De pulpa kan daarop reageren met een ontsteking.
Afhankelijk van de situatie kan deze ontsteking:
De uitdaging is dat de grens tussen herstelbaar en niet meer herstelbaar biologisch weefsel niet altijd haarscherp is vast te stellen.
Daarom wordt bij diepe cariës tegenwoordig juist zorgvuldig afgewogen hoeveel aangetast tandweefsel veilig kan worden verwijderd zonder onnodig de pulpa te beschadigen.
Dat klinkt misschien vreemd.
Bij een diep gaatje zou je kunnen denken:
“Haal gewoon alles weg.”
Maar wanneer cariës vlak bij de zenuw ligt, kan agressief verwijderen juist leiden tot blootstelling of beschadiging van de pulpa.
Daarom kan de tandarts bij diepe cariës bewust kiezen voor selectieve cariësverwijdering.
Daarbij wordt aan de randen voldoende aangetast weefsel verwijderd om een goede afsluiting te kunnen maken, terwijl vlak bij de pulpa soms voorzichtig wordt gewerkt om beschadiging van het zenuwweefsel te voorkomen.
Het doel is uiteindelijk:
de bacteriële belasting verminderen, de tand goed afsluiten en de pulpa zoveel mogelijk de kans geven om vitaal te blijven.
Dat kan verschillende oorzaken hebben.
Na een behandeling heeft een tand soms tijd nodig om tot rust te komen.
Daarnaast kan de pulpa vóór de behandeling al zodanig geïrriteerd zijn geweest dat deze ondanks een goede restauratie niet volledig herstelt.
De tandarts kan de oorzaak van buitenaf verwijderen en de tand goed afsluiten, maar kan niet volledig bepalen hoe het levende weefsel binnenin daarop reageert.
Een tand kan daarom eerst relatief rustig lijken en later alsnog klachten ontwikkelen.
Tijdelijke gevoeligheid kan na een composietvulling voorkomen.
Denk bijvoorbeeld aan:
Dit kan in de dagen na de behandeling geleidelijk verminderen.
Hoe lang herstel duurt, verschilt per tand en per behandeling.
Een oppervlakkige vulling gedraagt zich anders dan een zeer diepe restauratie vlak bij de pulpa.
Neem contact op wanneer klachten duidelijk toenemen of niet geleidelijk afnemen.
Extra beoordeling is verstandig bij bijvoorbeeld:
Dat betekent niet automatisch dat een wortelkanaalbehandeling nodig is.
Wel is opnieuw onderzoek verstandig.
Nee, niet automatisch.
Napijn kan verschillende oorzaken hebben.
De beet kan bijvoorbeeld iets te hoog zijn, de tand kan tijdelijk geïrriteerd zijn of de pulpa kan door de oorspronkelijke diepe cariës al ernstig beschadigd zijn.
Daarom moet bij aanhoudende klachten eerst worden onderzocht waar de pijn vandaan komt.
Het enkele feit dat een tand na een vulling klachten geeft, zegt dus nog niets over de technische kwaliteit van de restauratie.
Wanneer de pulpa niet meer kan herstellen of afsterft, kan een wortelkanaalbehandeling nodig zijn.
Bij een wortelkanaalbehandeling wordt het ontstoken of afgestorven weefsel uit de tand verwijderd.
De wortelkanalen worden vervolgens gereinigd, gedesinfecteerd en afgesloten.
Het doel is de infectie onder controle te krijgen en de tand waar mogelijk te behouden.
Niet automatisch.
Wanneer een tand diep is aangetast, probeert de tandarts waar mogelijk eerst de natuurlijke pulpa te behouden.
Dat is meestal wenselijker dan direct een wortelkanaalbehandeling uitvoeren wanneer daar nog geen duidelijke indicatie voor bestaat.
Soms blijkt echter pas tijdens de weken of maanden daarna dat de pulpa niet voldoende kan herstellen.
Een latere wortelkanaalbehandeling kan dan een vervolgstap in hetzelfde ziekteproces zijn.
Dat betekent niet automatisch dat de eerdere restauratieve behandeling onjuist is uitgevoerd.
Omdat een wortelkanaalbehandeling een ingrijpendere behandeling is.
Wanneer de pulpa nog vitaal en herstelbaar is, proberen we die bij voorkeur te behouden.
Daarmee blijft zoveel mogelijk gezond en natuurlijk weefsel behouden.
Pas wanneer diagnostiek en klachten erop wijzen dat de pulpa niet meer kan herstellen of dat er necrose is ontstaan, komt een wortelkanaalbehandeling nadrukkelijker in beeld.
De tandarts kiest dus niet automatisch voor de meest uitgebreide behandeling, maar voor de behandeling die op dat moment het meest passend lijkt.
Niet met volledige zekerheid.
We gebruiken verschillende informatiebronnen:
Maar een röntgenfoto toont niet exact hoe gezond ieder deel van het pulpaweefsel biologisch gezien is.
Daarom blijft er bij zeer diepe cariës altijd een bepaalde mate van onzekerheid.
Een vulling en een wortelkanaalbehandeling zijn twee verschillende behandelingen met een verschillende indicatie.
De eerste behandeling heeft als doel:
de cariës te behandelen en de tand te herstellen terwijl de pulpa waar mogelijk behouden blijft.
Wanneer de pulpa daarna toch onherstelbaar ontstoken raakt of afsterft, ontstaat een nieuwe behandelindicatie:
het behandelen van het wortelkanaalsysteem.
Dat de tweede behandeling later noodzakelijk wordt, betekent niet automatisch dat de eerste behandeling geen waarde heeft gehad of onjuist was.
Beide behandelingen vragen afzonderlijk om:
Daarom worden ze ook afzonderlijk gedeclareerd.
Nee.
Tandheelkundige behandeling vindt plaats in levend biologisch weefsel.
De tandarts moet zorgvuldig handelen, goede diagnostiek verrichten, de patiënt informeren en behandelen volgens de professionele standaard.
Maar het resultaat van een behandeling kan nooit in alle omstandigheden volledig worden gegarandeerd.
Dat geldt zeker bij een tand die vóór de behandeling al ernstig door cariës is aangetast.
De relevante vraag is daarom niet alleen:
“Is er later een complicatie ontstaan?”
maar vooral:
“Was de gekozen behandeling op het moment van behandelen zorgvuldig, verdedigbaar en passend bij de situatie?”
Krijg je plotseling ernstige pijn of zwelling, dan is spoedbeoordeling verstandig.
Een buitenlandse tandarts kan tijdelijk behandelen, pijn bestrijden of adviseren over vervolgzorg.
Neem na thuiskomst altijd contact op met je eigen tandarts.
Wij beoordelen de situatie opnieuw op basis van:
Daarna bepalen we welke vervolgbehandeling noodzakelijk is en hoe urgent deze is.
Een uitspraak zoals “dit moet binnen enkele dagen definitief behandeld worden” moet altijd worden gezien in het licht van de actuele klinische situatie.
Soms is snelle behandeling noodzakelijk.
In andere situaties kan een tand na adequate spoedbehandeling verantwoord worden ingepland voor vervolgzorg.
Niet iedere wortelkanaalbehandeling is even complex.
Veel behandelingen kunnen door een algemeen tandarts worden uitgevoerd.
Bij bijvoorbeeld complexe kanaalanatomie, een eerdere wortelkanaalbehandeling, moeilijk bereikbare kanalen of andere complicerende factoren kan verwijzing naar een tandarts-endodontoloog worden geadviseerd.
Wanneer verwijzing nodig is, bespreken we dat met je.
Bij specialistische zorg kan bovendien sprake zijn van wachttijd.
Wanneer de situatie medisch urgent is, bekijken we uiteraard welke tijdelijke of spoedeisende zorg in de tussentijd nodig is.
Let vooral op hoe de klachten zich ontwikkelen.
Een beetje gevoeligheid die langzaam minder wordt is iets anders dan pijn die iedere dag erger wordt.
Neem eerder contact op wanneer je:
Wacht bij dergelijke symptomen niet tot de volgende reguliere controle.
Dat verschilt. Milde gevoeligheid kan tijdelijk voorkomen. De trend is belangrijk: klachten horen eerder af te nemen dan toe te nemen.
De pulpa kan na een diepe behandeling tijdelijk geïrriteerd zijn. Wanneer de pijn snel verdwijnt, kan herstel nog mogelijk zijn. Blijft de pijn lang aanhouden of wordt deze erger, laat de tand dan beoordelen.
Bij diepe cariës kan de pulpa vóór de behandeling al beschadigd zijn. Soms wordt pas later duidelijk dat het weefsel zich niet heeft kunnen herstellen.
Niet noodzakelijk. Juist de oorspronkelijke cariës kan al zeer dicht bij de pulpa hebben gelegen. Alleen nieuw onderzoek kan duidelijk maken wat waarschijnlijk de oorzaak van de klachten is.
Niet wanneer er op dat moment nog goede redenen waren om te proberen de pulpa vitaal te houden. Een wortelkanaalbehandeling wordt niet preventief uitgevoerd zonder passende indicatie.
Ja. Een restauratie die bij het dichtbijten te vroeg contact maakt kan klachten veroorzaken. Dit is een andere oorzaak dan een ontstoken pulpa en is doorgaans eenvoudig te beoordelen.
Nee. Eerst moet de oorzaak worden vastgesteld. Veel tijdelijke gevoeligheid verdwijnt vanzelf.
Omdat het om twee afzonderlijke behandelingen gaat. De eerste behandeling probeert de tand te herstellen en de pulpa te behouden. Wanneer later blijkt dat het zenuwweefsel niet kan herstellen, ontstaat een nieuwe indicatie voor endodontische behandeling.
Een witte composietvulling kan technisch uitstekend zijn uitgevoerd en toch gevolgd worden door klachten.
Vooral bij diepe cariës kan de pulpa vóór de behandeling al geïrriteerd of beschadigd zijn.
De tandarts probeert waar verantwoord zoveel mogelijk gezond en vitaal tandweefsel te behouden. Maar de biologische reactie van een tand laat zich niet volledig voorspellen.
Daarom kan soms later alsnog een wortelkanaalbehandeling nodig blijken.
Dat is niet automatisch een teken dat de vulling mislukt is. Het kan betekenen dat de oorspronkelijke aantasting dieper was dan het zenuwweefsel uiteindelijk kon herstellen.
Bij Mondzorg Oost vinden we het daarom belangrijk om vooraf uit te leggen dat een diep gaatje een ander risicoprofiel heeft dan een oppervlakkige vulling.
Blijven klachten na een vulling bestaan of worden ze erger? Neem dan contact op. We onderzoeken eerst wat er aan de hand is en bespreken daarna welke vervolgstap nodig is.
Auteur: prof. dr. Bas Loomans, restauratief tandarts
Maandag t/m vrijdag geopend van 08.00 tot 12.30 en 13.30 tot 17.00 uur.
Spoeddienst bij afwezigheid 0900-8602