Wat voel, zie of merk je in je mond? Zoek hieronder je klacht. Een symptoom kan verschillende oorzaken hebben en is dus geen diagnose. Tandarts Tuomi Hoefnagel: 'Je hoeft zelf niet te weten wat er aan de hand is. Dat uitzoeken is nu juist ons vak.'
![]()
Een hele lijst, we zetten het graag onder elkaar:
Aften – Pijnlijke witte of gelige zweertjes met een rode rand. Genezen meestal vanzelf; laat vaak terugkerende of afwijkende plekjes beoordelen.
Afgebroken tand of kies – Kan ontstaan door een ongeval, grote vulling, cariës, slijtage of een barst. Ook zonder pijn verstandig om te laten beoordelen.
Afwijkende plek in de mond – Een rood, wit, donker of anderszins afwijkend plekje dat niet geneest of verandert, verdient beoordeling.
Angst voor de tandarts – Angst kan samenhangen met pijn, controleverlies, schaamte, kosten of eerdere ervaringen. Vertel het vooraf; behandeling kan vaak aangepast worden.
Asymmetrische kaak of beet – Kan samenhangen met groei, tandstand of kaakontwikkeling en kan aanleiding zijn voor orthodontische beoordeling.
Barst of scheur in een kies – Kan pijn veroorzaken bij bijten of bij koud/warm en is soms lastig zichtbaar. Vroege diagnostiek kan belangrijk zijn voor tandbehoud.
Bloedend tandvlees – Vaak een signaal van ontsteking door plaque. Regelmatig bloedend tandvlees is niet iets om als normaal te beschouwen.
Blaasje op het tandvlees – Kan een lokale irritatie zijn, maar ook samenhangen met een ontsteking bij een tandwortel.
Blootsliggende tandhals – Ontstaat wanneer tandvlees terugtrekt en kan gevoeligheid voor koud, zoet of aanraking veroorzaken.
Brandende mond of tong – Een branderig gevoel zonder duidelijke wond kan verschillende lokale of algemene oorzaken hebben en vraagt bij aanhouden om onderzoek.
Bultje op het tandvlees – Kan onder andere passen bij een fistel vanuit een ontstoken tand of kies; ook zonder pijn laten beoordelen.
Dikke wang – Kan veroorzaakt worden door een tandheelkundige infectie. Bij snel toenemende zwelling, koorts, slik- of ademhalingsproblemen is snelle beoordeling noodzakelijk.
Donkere tand – Eén donkerder wordende tand kan bijvoorbeeld ontstaan na trauma of beschadiging/afsterven van de tandzenuw.
Droge lippen of mondhoeken – Kan samenhangen met droge mond, mondademhaling, irritatie of andere factoren.
Droge mond – Kan onder meer optreden door medicatie, mondademhaling of verminderde speekselproductie en verhoogt het risico op cariës en slijmvliesproblemen.
Eten blijft tussen tanden of kiezen zitten – Kan komen door de vorm of stand van tanden, een contactpunt, restauratie of tandvlees-/botverlies.
Erosie van tanden – Chemische slijtage door zuren, bijvoorbeeld uit voeding en dranken of door maagzuur/reflux. Tanden kunnen dunner, gladder en gevoeliger worden.
Fluitend of veranderd spreken – Veranderingen aan tanden, prothese, beet of tongfunctie kunnen invloed hebben op uitspraak en articulatie.
Gaatje / cariës – Cariës ontstaat door een samenspel van bacteriële biofilm, fermenteerbare koolhydraten, tijd, speeksel, fluoride en individuele risicofactoren. Een beginnend gaatje doet vaak geen pijn.
Gaatjes ondanks goed poetsen – Kijk naast poetsen ook naar fluoride, eet- en drinkfrequentie, interdentale reiniging, speeksel en persoonlijke risicofactoren.
Geel gebit – Kan de natuurlijke tandkleur zijn of samenhangen met leeftijd, aanslag, slijtage of verkleuring. Niet ieder geel gebit is ongezond.
Gevoelige tanden – Korte pijn bij koud, zoet, zuur of aanraking kan onder andere ontstaan door blootliggende tandhalzen, slijtage, erosie of cariës.
Gezwollen tandvlees – Rood, dik of gevoelig tandvlees past vaak bij ontsteking, maar kan verschillende oorzaken hebben.
Gingivitis – Oppervlakkige tandvleesontsteking, vaak herkenbaar aan roodheid, zwelling en bloeding. Met goede behandeling en zelfzorg doorgaans omkeerbaar.
Halitose / slechte adem – De oorzaak ligt vaak in de mond, bijvoorbeeld tongbeslag, tandvleesproblemen, droge mond of onvoldoende reiniging tussen tanden en kiezen.
Hoofdpijn bij het wakker worden – Kan soms samengaan met klemmen, knarsen of slaapgerelateerde problemen, maar hoofdpijn kent veel andere oorzaken.
Implantaat doet pijn – Pijn, zwelling, bloeding of pus rond een implantaat verdient beoordeling. Een goed functionerend implantaat hoort niet langdurig pijnlijk te zijn.
Implantaat staat los – Soms zit niet het implantaat maar de kroon of verbindingsschroef los. Laat dit snel beoordelen en belast het zo min mogelijk.
Ingetrokken tandvlees – Zie teruggetrokken tandvlees; de tand lijkt langer en de wortel kan gevoeliger worden.
Kaak knakt of klikt – Geluiden vanuit het kaakgewricht komen regelmatig voor en hoeven zonder andere klachten niet ernstig te zijn. Bij pijn, blokkeren of bewegingsbeperking is onderzoek zinvol.
Kaak op slot – Wanneer de mond niet normaal open of dicht kan, is beoordeling nodig.
Kaakpijn – Kan afkomstig zijn van tanden, kauwspieren, kaakgewrichten, klemmen/knarsen of andere oorzaken.
Kiespijn – Verzamelnaam voor pijn met uiteenlopende oorzaken: cariës, zenuwontsteking, wortelontsteking, scheuren, tandvleesproblemen of overbelasting.
Kiespijn bij bijten – Kan passen bij een scheurtje, ontsteking rond de wortel, een te hoge restauratie of overbelasting.
Kiespijn bij koud – Kortdurende gevoeligheid kan relatief onschuldig zijn; langdurige of hevige napijn vraagt om onderzoek.
Kiespijn bij warm – Vooral aanhoudende of spontane pijn na warmte kan wijzen op problemen met de tandzenuw.
Klemmen – Onbewust krachtig op elkaar houden van tanden kan bijdragen aan spier-, kaak- en gebitsklachten.
Klikkende kaak – Zie kaak knakt of klikt.
Kloppende kiespijn – Hevige spontane of bonzende pijn kan passen bij een ontstoken tandzenuw of ontsteking rond de wortel.
Knarsen – Schuiven of kracht zetten met tanden, vaak tijdens slaap, kan slijtage, spierklachten en beschadiging van restauraties veroorzaken.
Korte tanden – Kunnen het gevolg zijn van gebitsslijtage, erosie, knarsen of een combinatie daarvan.
Kroon zit los – Niet zelf vastlijmen. Bewaar de kroon en laat tand en kroon beoordelen.
Losse tand bij volwassenen – Kan samenhangen met parodontitis, trauma, ontsteking of overbelasting en verdient onderzoek.
Losse kroon of brug – Kan verschillende oorzaken hebben, waaronder verlies van cement, cariës of mechanische problemen.
Los implantaat – Zie implantaat staat los.
Loszittend kunstgebit – De kaak verandert in de loop der jaren waardoor een prothese minder goed kan passen. Aanpassing, rebasing of vervanging kan nodig zijn.
Metaalsmaak – Kan samenhangen met bloedend tandvlees, medicatie, smaakverandering of andere lokale/algemene factoren.
Mondademhaling – Kan bijdragen aan een droge mond en kan bij kinderen samengaan met problemen rond neusademhaling, slaap of ontwikkeling.
Mondhoek kapot – Scheurtjes in de mondhoeken kunnen onder meer ontstaan door irritatie, vocht, een veranderde beet/prothese of infectie.
Mondzweer die niet geneest – Een afwijking die na ongeveer twee weken niet duidelijk geneest, terugkomt of verdacht oogt, moet professioneel worden beoordeeld.
Napijn na een vulling – Tijdelijke gevoeligheid kan voorkomen. Toenemende, spontane of langdurige pijn kan wijzen op irritatie of ontsteking van de tandzenuw.
Napijn na wortelkanaalbehandeling – Enige gevoeligheid kan optreden. Bij toenemende pijn, zwelling of aanhoudende klachten contact opnemen.
Nachtelijk tandenknarsen – Zie knarsen; een partner merkt het soms eerder dan de patiënt zelf.
Ontsteking onder een kroon – Cariës, tandvleesproblemen of een wortelprobleem kunnen ook bij een gekroonde tand ontstaan.
Ontstoken tandvlees – Zie gingivitis/bloedend tandvlees.
Ontstoken verstandskies – Vooral gedeeltelijk doorgebroken verstandskiezen kunnen ontstoken tandvlees rondom de kies geven, met pijn, zwelling of vieze smaak.
Open beet – De voortanden of kiezen raken elkaar bij dichtbijten niet goed. Kan functionele en orthodontische betekenis hebben.
Parodontitis – Ontsteking waarbij het steunweefsel en kaakbot rond tanden en kiezen worden aangetast. Kan lang vrijwel pijnloos verlopen.
Pijn bij kauwen – Kan vanuit een tand, kies, wortel, tandvlees, kaakspier of kaakgewricht komen.
Pijn bij poetsen – Kan ontstaan door gevoelig tandvlees, blootliggende tandhalzen, ontsteking, erosie of slijtage.
Pijn na trekken van een tand of kies – Napijn is normaal, maar sterk toenemende pijn na enkele dagen kan bijvoorbeeld passen bij een verstoorde wondgenezing.
Pijn onder een kroon – Een kroon beschermt een tand maar voorkomt niet alle problemen. Cariës, zenuwproblemen, een scheur of beetbelasting kunnen klachten veroorzaken.
Pus uit het tandvlees – Kan wijzen op een infectie en moet worden onderzocht.
Reflux en gebit – Maagzuur dat regelmatig in de mond komt kan tandglazuur chemisch aantasten en erosieve gebitsslijtage veroorzaken.
Rode plek in de mond – Irritatie komt vaak voor, maar een onverklaarde of aanhoudende rode afwijking verdient beoordeling.
Ruimte tussen tanden ontstaat – Nieuwe ruimtes kunnen onder andere samenhangen met tandverplaatsing, tandvlees-/botverlies of veranderingen in de beet.
Scheve tanden – Kunnen esthetisch zijn, maar ook invloed hebben op reinigbaarheid, beet en functie. Niet iedere scheefstand hoeft behandeld te worden.
Scherpe tandrand – Kan ontstaan door slijtage, een afgebroken stukje glazuur of restauratiemateriaal.
Slechte adem – Zie halitose.
Slecht passend kunstgebit – Een prothese en de onderliggende kaak veranderen in de tijd. Drukplekken of een instabiel gebit hoeven niet simpelweg geaccepteerd te worden.
Slijtage van tanden – Kan mechanisch, chemisch of gecombineerd ontstaan. Het achterhalen van de oorzaak is belangrijk vóór uitgebreid herstel.
Snurken – Kan onschuldig zijn, maar kan ook samengaan met slaapgerelateerde ademhalingsproblemen. Bij verdenking op slaapapneu is medische diagnostiek belangrijk.
Snurken bij kinderen – Regelmatig snurken, mondademhaling of ademstops bij een kind verdient aandacht en zo nodig medische beoordeling.
Spierpijn bij de kaak – Kan onder andere samenhangen met overbelasting, klemmen, knarsen of temporomandibulaire klachten.
Tand eruit door ongeval – Een uitgeslagen blijvende tand is spoed. Pak hem bij de kroon vast, niet bij de wortel, en neem direct contact op met tandarts/spoedzorg.
Tand is grijs of donker – Zie donkere tand.
Tand staat scheef na een ongeval – Tandtrauma moet snel worden beoordeeld, ook wanneer de pijn meevalt.
Tandsteen – Verkalkte plaque die niet meer met normaal poetsen verwijderd kan worden.
Tanden worden dun of doorschijnend – Kan passen bij erosieve slijtage van het glazuur.
Tanden worden langer – Vaak lijkt dit zo doordat tandvlees terugtrekt.
Tanden worden korter – Zie korte tanden/gebitsslijtage.
Tandverkleuring – Kan oppervlakkig of intern zijn. Eén verkleurde tand vraagt om een andere beoordeling dan een algemeen donkerder gebit.
Teruggetrokken tandvlees – Kan samenhangen met anatomie, ontsteking, poetsbelasting, tandstand of andere factoren.
Tongbeslag – Een laag op de tong bestaat onder meer uit bacteriën en celresten en kan bijdragen aan slechte adem.
Tong brandt – Zie brandende mond of tong.
Tongriem te kort – Een beperkte tongmobiliteit kan afhankelijk van leeftijd en situatie invloed hebben op functie; beoordeling moet functioneel gebeuren.
Vieze smaak in de mond – Kan onder andere samenhangen met ontsteking, droge mond, tongbeslag of andere lokale oorzaken.
Vulling afgebroken – Laat beoordelen hoeveel restauratie én tandweefsel verloren is en waarom de vulling is gebroken.
Vulling voelt te hoog – Een nieuwe restauratie kan soms de beet verstoren. Wanneer dit blijft hinderen of pijn veroorzaakt, laat de beet controleren.
Verstandskies doet pijn – Kan ontstaan door doorbraak, ontstoken tandvlees, cariës of druk vanuit omliggende weefsels. Niet iedere verstandskies hoeft verwijderd te worden.
Voedsel blijft hangen – Zie eten blijft tussen tanden of kiezen zitten.
Witte plek op tand – Kan onder meer samenhangen met glazuurontwikkeling, beginnende demineralisatie/cariës of veranderingen na orthodontie.
Witte plek in de mond – Kan verschillende oorzaken hebben. Een aanhoudende witte slijmvliesafwijking moet worden beoordeeld.
Wortelkanaalbehandeling blijft pijn doen – Kan verschillende oorzaken hebben en vraagt soms om aanvullende diagnostiek of beoordeling door een tandarts met endodontische expertise.
Wondje in de mond geneest niet – Laat een onverklaarde afwijking die na ongeveer twee weken niet geneest professioneel beoordelen.
Zure smaak en gevoelige tanden – Kan passen bij reflux of frequente blootstelling aan voedingszuren; kijk niet alleen naar de tanden maar ook naar de oorzaak.
Zwart plekje op een tand of kies – Kan aanslag, verkleuring of cariës zijn. Op kleur alleen kun je geen betrouwbare diagnose stellen.
Zwelling bij een tand of kies – Kan passen bij een ontsteking en verdient beoordeling, vooral wanneer de zwelling toeneemt of gepaard gaat met koorts.
Neem snel contact op met een tandarts of spoedzorg bij een uitgeslagen of ernstig verplaatste blijvende tand, fors trauma, niet te stelpen bloeding, snel toenemende zwelling, ernstige infectieverschijnselen of hevige niet-beheersbare tandpijn. Bij benauwdheid, slikproblemen of zwelling die de luchtweg kan bedreigen is acute medische beoordeling noodzakelijk.
Een klacht vertelt ons waar je last van hebt, maar nog niet automatisch waarom. Dezelfde kiespijn kan verschillende oorzaken hebben en dezelfde aandoening kan bij twee mensen anders voelen. Daarom is dit woordenboek bedoeld om je op weg te helpen, niet om zelf een diagnose te stellen.
Tandarts Tuomi Hoefnagel: 'Je hoeft zelf niet te weten wat er aan de hand is. Dat uitzoeken is nu juist ons vak.' Plan je een afspraak?
Maandag t/m vrijdag geopend van 08.00 tot 12.30 en 13.30 tot 17.00 uur.
Spoeddienst bij afwezigheid 0900-8602