Bij Mondzorg Oost in Nijmegen kijken we daarom niet alleen naar het gat dat moet worden opgevuld, maar vooral naar de tanden, het tandvlees, kaakbot en de beet eromheen.
Een implantaat vervangt de wortel van de ontbrekende tand. Op het implantaat wordt een afzonderlijke kroon geplaatst.
Een brug gebruikt één of meer tanden naast de opening als steun om de ontbrekende tand te vervangen.
Beide kunnen goede en duurzame oplossingen zijn.
In het algemeen geldt:
Gezonde en gave buurelementen?
Dan kan een implantaat interessant zijn omdat we die tanden meestal niet hoeven te beslijpen.
Buurelementen met grote vullingen of kronen?
Dan kan een conventionele brug juist een logische oplossing zijn.
Maar er zijn meer factoren die de keuze bepalen.
Een ontbrekende tand geeft niet altijd onmiddellijk problemen.
Afhankelijk van de plaats kunnen aangrenzende tanden na verloop van tijd verschuiven of kantelen en kan de tand of kies in de tegenoverliggende kaak verder uitgroeien.
Ook de manier waarop je kauwt kan veranderen.
Maar iedere open ruimte móét niet automatisch worden opgevuld.
Soms is niets doen een verantwoorde optie.
Daarom beginnen we met de vraag:
Moeten we deze tand eigenlijk vervangen?
Pas daarna komt de vraag:
En zo ja, waarmee?
Een tandheelkundig implantaat is een kunstwortel die in het kaakbot wordt geplaatst. Meestal is deze gemaakt van titanium.
Nadat het implantaat voldoende is vastgegroeid, wordt hierop een kroon geplaatst.
Het resultaat bestaat dus uit verschillende onderdelen:
implantaat → opbouw → kroon
Een belangrijk voordeel is dat de nieuwe tand zelfstandig wordt gedragen.
De tanden ernaast hoeven meestal niet als steun te worden gebruikt.
Een brug is een vaste constructie waarmee één of meerdere ontbrekende tanden kunnen worden vervangen.
Bij een conventionele brug worden één of meer tanden naast de opening voorbereid om als steun te dienen.
Een kroon wordt over deze zogenaamde pijler-tand geplaatst en daaraan zit de kunsttand vast die de opening opvult.
De brug wordt vervolgens vastgezet en kun je zelf niet uit de mond nemen.
Bij een conventionele brug meestal wel.
Om ruimte te maken voor de kronen worden de ondersteunende tanden voorbereid.
Dat is een belangrijk verschil met een implantaat.
Wanneer twee volledig gave tanden naast een ontbrekende tand staan, kan het zonde zijn om veel gezond tandweefsel op te offeren alleen om een brug te kunnen maken.
Maar stel dat deze tanden al grote vullingen hebben of toch al een kroon nodig hebben.
Dan verandert de afweging.
Een brug kan dan tegelijkertijd:
Daarom kun je niet algemeen zeggen dat een implantaat altijd beter is dan een brug.
Ja.
In bepaalde situaties kan een adhesiefbrug of etsbrug worden gebruikt. Deze wordt met een dun bevestigingsdeel aan één of meer aangrenzende tanden vastgezet.
Hiervoor hoeft doorgaans veel minder tandweefsel te worden verwijderd dan voor een conventionele brug.
Vooral bij bepaalde ontbrekende voortanden kan dit een interessante, tandweefselbesparende oplossing zijn.
Een adhesiefbrug is echter niet voor iedere plaats in het gebit en iedere beet geschikt.
Daarom hoort deze optie óók thuis in het gesprek over het vervangen van één ontbrekende tand.
Een implantaat met kroon heeft verschillende mogelijke voordelen.
Wanneer de tanden naast de opening gezond zijn, hoeven ze meestal niet te worden beslepen.
De nieuwe kroon steunt op het implantaat en belast de naastgelegen tanden niet als pijlers.
Met een zorgvuldig geplande implantaatkroon kan een natuurlijk resultaat worden bereikt.
Een implantaat draagt kauwkrachten over op het kaakbot.
Bij een gezonde mond, goede planning, goede mondhygiëne en passende nazorg kan een implantaat vele jaren functioneren.
Een implantaat heeft ook nadelen.
Het implantaat moet in het kaakbot worden geplaatst.
Het bot heeft tijd nodig om met het implantaat te verbinden voordat de definitieve kroon kan worden geplaatst.
Bij onvoldoende bot kan aanvullende behandeling of botopbouw nodig zijn.
Mondhygiëne, roken, gezondheid, medicatie, tandvleesproblemen en andere factoren kunnen invloed hebben op de geschiktheid en prognose.
Ook rondom implantaten kunnen ontstekingen ontstaan. Daarom blijven dagelijkse verzorging en professionele controles noodzakelijk.
Ook een brug kan een uitstekende oplossing zijn.
Voor een tandgedragen brug hoeft geen implantaat in het kaakbot te worden geplaatst.
Omdat geen osseointegratie van een implantaat nodig is, kan het behandeltraject in geschikte situaties korter zijn.
Wanneer de tanden naast de opening toch al kronen nodig hebben, kan een brug efficiënt en logisch zijn.
Net als een implantaatkroon is een conventionele brug een vaste voorziening die je zelf niet uitneemt.
Het belangrijkste nadeel van een conventionele brug is dat de buurelementen bij de behandeling worden betrokken.
Wanneer gave tanden als pijlers worden gebruikt, moeten ze worden voorbereid voor kronen.
Ontstaat later een probleem aan één van de ondersteunende tanden, dan kan dit gevolgen hebben voor de complete brug.
Onder het zwevende deel van de brug moet dagelijks zorgvuldig worden gereinigd met geschikte hulpmiddelen.
Een tand die uitgebreid voor een kroon wordt voorbereid kan in sommige gevallen later een wortelkanaalbehandeling nodig hebben.
Dat risico nemen we mee in de afweging.
| Implantaat met kroon | Conventionele brug | |
|---|---|---|
| Eigen tandwortel nodig | Nee | Ja, als pijler |
| Buurelementen beslijpen | Meestal niet | Meestal wel |
| Chirurgische ingreep | Ja | Nee |
| Genezing kaakbot nodig | Meestal wel | Nee |
| Behandelduur | Vaak langer | Vaak korter |
| Geschikt bij gave buurelementen | Vaak aantrekkelijk | Minder tandweefselbesparend |
| Geschikt bij zwaar gerestaureerde buurelementen | Mogelijk | Kan juist aantrekkelijk zijn |
| Dagelijkse reiniging | Rond implantaat | Ook onder brug |
| Vaste oplossing | Ja | Ja |
| Kosten | Situatieafhankelijk | Situatieafhankelijk |
Deze tabel is een vereenvoudiging. De beste keuze kan alleen na onderzoek worden gemaakt.
Een implantaat kan aantrekkelijk zijn wanneer:
Vooral het behoud van gave buur-tanden kan zwaar meewegen.
Waarom twee gezonde tanden behandelen als de ontbrekende tand zelfstandig kan worden vervangen?
Een conventionele brug kan interessant zijn wanneer:
Een brug is dus zeker geen ouderwetse of minderwaardige oplossing.
Bij de juiste indicatie kan het een uitstekende behandeling zijn.
Een adhesiefbrug verdient vooral aandacht wanneer we zoveel mogelijk gezond tandweefsel willen behouden.
Dat kan bijvoorbeeld bij een ontbrekende voortand interessant zijn.
De kunsttand wordt dan met een bevestigingsvleugel aan een aangrenzende tand verbonden.
Niet iedere beet en iedere ontbrekende tand is hiervoor geschikt, maar wanneer het technisch mogelijk is, kan het een relatief conservatieve oplossing zijn.
Daarom vergelijken we bij Mondzorg Oost waar relevant niet alleen:
implantaat versus conventionele brug
maar:
implantaat versus conventionele brug versus adhesiefbrug versus niets doen.
Beide kunnen esthetisch zeer fraaie resultaten geven.
Vooral in het front is het resultaat echter afhankelijk van veel meer dan alleen het materiaal van de kroon.
Belangrijk zijn onder andere:
Een implantaat in het zichtbare front vraagt daarom bijzonder zorgvuldige planning.
Soms is technisch een implantaat mogelijk, maar geeft een andere behandeling esthetisch een voorspelbaarder resultaat.
Dat is niet eerlijk in één universeel getal uit te drukken.
Zowel implantaatgedragen kronen als tandgedragen bruggen kunnen vele jaren goed functioneren.
De prognose hangt onder andere af van:
Daarom adviseren we niet automatisch de behandeling met het hoogste theoretische overlevingspercentage.
We kijken naar welke behandeling bij jouw gebit de beste uitgangssituatie heeft.
Ook dat verschilt per situatie.
Bij een implantaat betaal je onder andere voor diagnostiek, het implantaat, de chirurgische behandeling, de opbouw, kroon en tandtechniek. Eventuele botopbouw kan de behandeling duurder maken.
Bij een brug hangen de kosten onder andere af van het aantal elementen en de gekozen constructie en materialen.
Voor volwassenen worden een regulier implantaat met kroon en conventioneel kroon- en brugwerk meestal niet standaard vanuit de basisverzekering vergoed. Een aanvullende tandartsverzekering kan afhankelijk van de polis een deel vergoeden.
Daarom krijg je bij een uitgebreid behandelvoorstel vooraf een begroting.
Kijk bij een vergelijking bovendien niet alleen naar:
“Wat kost het vandaag?”
maar ook naar:
“Welke gezonde structuren offeren we op en wat zijn de mogelijke onderhoudskosten op langere termijn?”
Dat betekent niet automatisch dat een implantaat onmogelijk is.
Soms kan bot worden opgebouwd.
Maar botopbouw betekent wel een aanvullende behandeling, extra genezing en meestal extra kosten.
Dan is opnieuw de vraag:
Is dat in jouw situatie de beste route, of geeft een brug een eenvoudiger en eveneens goed resultaat?
Niet alles wat technisch mogelijk is, hoeft ook de beste keuze te zijn.
Nee.
Dat is een belangrijk punt.
Niet iedere ontbrekende tand of kies hoeft automatisch te worden vervangen.
Wanneer je voldoende functionele tanden hebt, goed kunt kauwen, de beet stabiel is en er geen esthetisch probleem bestaat, kan het soms verantwoord zijn een ruimte te accepteren.
Dat geldt zeker niet voor iedere situatie.
Maar niets doen hoort wel degelijk bij de behandelopties die besproken kunnen worden.
Bij Mondzorg Oost in Nijmegen kijken we niet alleen naar de ontbrekende tand.
We beoordelen onder andere:
Daarna bespreken we de verschillende mogelijkheden.
Soms is een implantaat de meest tandweefselbesparende keuze.
Soms is een brug logischer.
Soms is een adhesiefbrug verrassend aantrekkelijk.
En soms is de beste behandeling:
voorlopig helemaal niets doen.
Dat is wat wij onder samen beslissen verstaan.
Geen van beide is altijd beter. Bij gezonde, gave buurelementen kan een implantaat aantrekkelijk zijn omdat deze tanden niet hoeven te worden beslepen. Wanneer de buurelementen al sterk gerestaureerd zijn, kan een brug juist logisch zijn.
Voor een conventionele brug meestal wel. Bij bepaalde adhesiefbruggen hoeft veel minder tandweefsel te worden verwijderd.
Ja. Het implantaat wordt onder plaatselijke verdoving in het kaakbot geplaatst.
Een implantaatbehandeling duurt vaak langer doordat het implantaat tijd nodig heeft om met het kaakbot te verbinden. De precieze behandelduur verschilt per situatie.
Zowel een implantaatkroon als een brug kan zeer natuurlijk worden gemaakt. Vooral in het front bepalen bot, tandvlees, lachlijn, positie en tandtechniek mede het resultaat.
Dat verschilt. Vraag daarom een complete begroting voor de verschillende behandelopties in plaats van alleen losse tarieven te vergelijken.
Dat kan een optie zijn wanneer de aangrenzende tanden geschikt zijn om de brug te dragen.
Ja. Rondom implantaten kunnen ontstekingen ontstaan. Goede mondhygiëne en professionele nazorg blijven daarom noodzakelijk.
De ruimte onder het brugdeel moet dagelijks worden gereinigd met daarvoor geschikte hulpmiddelen. Je mondzorgverlener kan laten zien welke hulpmiddelen voor jouw brug geschikt zijn.
Soms wel. Niet iedere ontbrekende tand hoeft automatisch te worden vervangen. Dat hangt af van functie, beet, esthetiek en de rest van het gebit.
Wanneer één tand of kies ontbreekt, is er niet één oplossing die altijd de beste is.
Een implantaat kan aantrekkelijk zijn wanneer de tanden ernaast gezond en gaaf zijn, omdat deze meestal niet hoeven te worden behandeld.
Een conventionele brug kan juist logisch zijn wanneer de buurelementen al grote restauraties hebben of toch kronen nodig hebben.
Daarnaast kunnen een adhesiefbrug of zelfs het accepteren van de ruimte soms goede alternatieven zijn.
Daarom begint een goede behandeling niet met:
“Wilt u een brug of een implantaat?”
Maar met:
“Moeten we deze tand vervangen — en zo ja, welke oplossing behoudt in jouw situatie zoveel mogelijk gezondheid voor de lange termijn?”
Bij Mondzorg Oost in Nijmegen bekijken we daarom het hele gebit voordat we samen een keuze maken.
Wil je weten welke oplossing bij jouw gebit past? Dan kunnen we na onderzoek de mogelijkheden, voor- en nadelen, behandelduur en kosten naast elkaar zetten.
Mondzorg Oost
Nijmegen
E-mail: balie@mondzorgoost.nl
Telefoon: 024 – 329 4238
Maandag t/m vrijdag geopend van 08.00 tot 12.30 en 13.30 tot 17.00 uur.
Spoeddienst bij afwezigheid 0900-8602