Kopieer link
Sluiten
Mondzorg Oost

DROGE MOND DOOR MEDICIJNEN | TANDARTS NIJMEGEN LEGT UIT

Droge mond door medicijnen: oorzaken, gevolgen en wat je eraan kunt doen. Een droge mond lijkt misschien vooral vervelend. Je wordt ’s nachts wakker voor een glas water. Een boterham plakt aan je gehemelte. Praten gaat lastiger. Je lippen voelen droog en misschien merk je dat je ineens sneller gaatjes krijgt. Maar speeksel is veel belangrijker dan veel mensen denken.
11 augustus, 2026

Het beschermt tanden, slijmvliezen en het natuurlijke evenwicht in de mond. Wanneer langere tijd te weinig speeksel beschikbaar is, verandert daarom niet alleen het comfort van je mond, maar ook het risicoprofiel van je gebit.

Een van de meest voorkomende oorzaken is medicatie.

Een droge mond is daarom geen klacht die we simpelweg met “drink wat meer water” moeten afdoen. Eerst willen we weten waarom je mond droog is.

Prof. dr. Bas Loomans
Restauratieve tandheelkunde – Mondzorg Oost


Kort antwoord: kunnen medicijnen een droge mond veroorzaken?

Ja.

Honderden geneesmiddelen kunnen een droge mond als bijwerking geven of invloed hebben op de speekselproductie.

Vooral geneesmiddelen met een anticholinerge werking staan hierom bekend. Maar ook andere medicijngroepen kunnen bijdragen.

Het risico neemt bovendien toe wanneer iemand meerdere geneesmiddelen tegelijk gebruikt.

Dat is één van de redenen waarom droge-mondklachten relatief vaak voorkomen bij oudere patiënten.

Belangrijk:

stop nooit zelf met voorgeschreven medicatie omdat je mond droog wordt.

Medicijnen zijn voorgeschreven met een reden. We kunnen wél samen met huisarts, specialist of apotheker bekijken of de klacht mogelijk door medicatie wordt veroorzaakt en of aanpassing mogelijk of verstandig is.


Xerostomie en hyposialie: niet precies hetzelfde

In de tandheelkunde maken we onderscheid tussen twee begrippen.

Xerostomie

Dit is het subjectieve gevoel dat je mond droog is.

Hyposialie of speekselklierhypofunctie

Dit betekent dat daadwerkelijk meetbaar minder speeksel wordt geproduceerd.

Die twee gaan vaak samen, maar niet altijd.

Iemand kan een zeer droge mond ervaren terwijl bij meting nog een relatief normale hoeveelheid speeksel wordt geproduceerd.

Andersom kan iemand een verminderde speekselproductie hebben zonder daar in eerste instantie veel last van te ervaren.

Daarom nemen we zowel jouw verhaal als de klinische bevindingen serieus.


Waarom is speeksel zo belangrijk?

Speeksel is geen simpel waterlaagje.

Het vervult een groot aantal functies.

Speeksel:

  • houdt slijmvliezen vochtig;
  • helpt bij spreken en slikken;
  • maakt kauwen gemakkelijker;
  • helpt smaakstoffen oplossen;
  • spoelt voedselresten en suikers weg;
  • neutraliseert zuren;
  • bevat calcium en fosfaat voor remineralisatie van tanden;
  • en helpt het natuurlijke microbiologische evenwicht in de mond beschermen.

Wanneer die bescherming vermindert, kunnen mondproblemen verrassend snel ontstaan.


Wat gebeurt er met je tanden als je te weinig speeksel hebt?

Dit is voor mij als restauratief tandarts misschien wel het belangrijkste punt.

Speeksel helpt iedere dag opnieuw om zuren te neutraliseren en mineralen terug te brengen naar het tandoppervlak.

Wanneer die beschermende capaciteit afneemt, kunnen tanden kwetsbaarder worden voor demineralisatie en cariës.

En het patroon van gaatjes kan veranderen.

We zien bijvoorbeeld soms cariës:

  • langs de tandhalzen;
  • rond bestaande restauraties;
  • op worteloppervlakken;
  • of op plaatsen waar iemand eerder nauwelijks problemen had.

Een patiënt kan jarenlang vrijwel gaatjesvrij zijn geweest en na verandering van medicatie ineens een heel ander cariësrisico krijgen.

Dan is de conclusie niet automatisch:

“Je poetst blijkbaar niet goed genoeg.”

De omstandigheden in de mond kunnen daadwerkelijk veranderd zijn.


Waarom krijg je met een droge mond sneller gaatjes?

Na eten of drinken verandert tijdelijk de zuurgraad in de mond.

Normaal helpt speeksel die situatie weer herstellen.

Het verdunt en verwijdert suikers, buffert zuren en ondersteunt remineralisatie.

Wanneer weinig speeksel beschikbaar is:

blijven suikers en zuren langer aanwezig → neutralisatie verloopt minder goed → herstel van tandweefsel wordt moeilijker.

Daarom kan een voedingspatroon dat jarenlang geen grote problemen gaf bij een droge mond ineens wél risicovol worden.

Vooral voortdurend kleine beetjes eten, snoepen, zuigen op suikerhoudende snoepjes of regelmatig zoete en zure dranken gebruiken kan dan extra ongunstig zijn.


Welke medicijnen kunnen een droge mond veroorzaken?

Er bestaat geen korte complete lijst.

Er zijn zeer veel geneesmiddelen waarbij droge mond of verminderde speekselproductie is beschreven.

Veel voorkomende groepen zijn bijvoorbeeld:

Antidepressiva

Vooral geneesmiddelen met een duidelijke anticholinerge werking kunnen monddroogte veroorzaken.

Medicijnen tegen allergie

Verschillende antihistaminica kunnen een droge mond geven.

Medicijnen voor de bloeddruk

Bepaalde antihypertensiva kunnen monddroogte als bijwerking hebben.

Plasmiddelen

Diuretica kunnen bij sommige patiënten bijdragen aan droge-mondklachten.

Geneesmiddelen voor een overactieve blaas

Verschillende middelen remmen juist cholinerge signalen en kunnen daardoor de speekselproductie beïnvloeden.

Pijnmedicatie

Ook bepaalde pijnstillers, waaronder sommige opioïden, kunnen droge-mondklachten geven.

Slaap- en kalmeringsmiddelen

Ook binnen deze groep komt monddroogte voor.

Spierontspanners en bepaalde neurologische geneesmiddelen

Ook deze kunnen invloed hebben op speeksel en het gevoel van monddroogte.

Zelfs sommige nieuwere geneesmiddelgroepen worden met droge mond geassocieerd.

Dat betekent overigens niet dat iedereen die zo’n geneesmiddel gebruikt automatisch klachten krijgt.

De individuele reactie verschilt sterk.


Het probleem is soms niet één medicijn, maar de combinatie

Dit zien we vooral bij patiënten die verschillende geneesmiddelen gebruiken.

Een medicijn geeft misschien een beetje monddroogte.

Een tweede geneesmiddel ook.

Een derde beïnvloedt de vochtbalans.

En ineens is het gecombineerde effect veel duidelijker.

Dat noemen we in bredere zin ook wel de invloed van polyfarmacie.

Daarom is bij een droge mond een actueel medicatieoverzicht bijzonder waardevol.

Neem dat gerust mee naar je afspraak.

Het kan meer vertellen dan alleen kijken naar je tanden.


Leeftijd veroorzaakt niet automatisch een droge mond

Een veelgehoorde gedachte is:

“Dat hoort gewoon bij ouder worden.”

Dat is te gemakkelijk.

Een droge mond komt inderdaad vaker voor bij ouderen, maar dat komt voor een belangrijk deel doordat op hogere leeftijd meer chronische aandoeningen voorkomen en vaker meerdere geneesmiddelen worden gebruikt.

Een droge mond moeten we dus niet automatisch accepteren als een normaal ouderdomsverschijnsel.

We moeten zoeken naar de oorzaak.


Hoe merk je dat je te weinig speeksel hebt?

Klachten kunnen heel verschillend zijn.

Veel patiënten noemen:

  • een droge of plakkerige mond;
  • ’s nachts water nodig hebben;
  • droge lippen;
  • moeite met droog voedsel;
  • veel moeten drinken tijdens eten;
  • moeite met slikken;
  • veranderde smaak;
  • branderig gevoel;
  • slechte adem;
  • problemen met spreken;
  • een ruwe of gebarsten tong;
  • of een kunstgebit dat ineens minder prettig zit.

Soms is echter het eerste duidelijke signaal bij de tandarts:

plotseling veel meer cariës.


Een kunstgebit en een droge mond

Ook mensen zonder eigen tanden kunnen veel last hebben van monddroogte.

Speeksel helpt namelijk bij:

  • smering tussen prothese en slijmvlies;
  • comfort;
  • slikken;
  • spreken;
  • en gedeeltelijk de retentie van een prothese.

Bij te weinig speeksel kan een kunstgebit daardoor branderig, schurend of minder stabiel aanvoelen.

Een patiënt kan dan denken:

“Mijn gebit past niet meer.”

Terwijl monddroogte een belangrijk deel van het probleem kan zijn.


Droge mond en slechte adem

Speeksel helpt voortdurend de mond schoon te spoelen.

Wanneer die natuurlijke reiniging vermindert, kunnen bacteriën, voedselresten en vluchtige zwavelverbindingen gemakkelijker aanwezig blijven.

Een droge mond kan daarom bijdragen aan halitose, oftewel slechte adem.

Alleen mondwater gebruiken lost de onderliggende oorzaak dan niet altijd op.

Sterker nog: mondspoelingen met veel alcohol kunnen bij sommige mensen juist onaangenaam zijn in een droge mond.


Kan een droge mond ook schimmelinfecties veroorzaken?

Een verminderde speekselproductie kan de natuurlijke bescherming van de mond verminderen en gaat gepaard met een hoger risico op orale infecties, waaronder candidiasis.

Mogelijke klachten zijn bijvoorbeeld:

  • branderig slijmvlies;
  • roodheid;
  • pijn;
  • witte afwijkingen;
  • scheurtjes in de mondhoeken;
  • of veranderde smaak.

Niet ieder branderig gevoel is overigens een schimmelinfectie.

Daarom beoordelen we de mond eerst voordat we behandelen.


Wat kun je zelf doen tegen een droge mond?

De behandeling begint altijd bij de oorzaak.

Maar er zijn verschillende dingen die vaak kunnen helpen.

💧 Drink regelmatig water

Kleine slokjes water kunnen de mond tijdelijk bevochtigen.

Water vervangt speeksel echter niet volledig.

Het bevat bijvoorbeeld niet dezelfde bufferende, smerende en remineraliserende bestanddelen.

Zie water dus als symptoomverlichting, niet als complete speekselvervanger.


🍬 Stimuleer je eigen speeksel als dat nog mogelijk is

Wanneer speekselklieren nog goed kunnen reageren, kan stimulatie helpen.

Bijvoorbeeld door:

  • suikervrije kauwgom;
  • suikervrije zuigproducten;
  • of andere geschikte speekselstimulerende producten.

Kauwen op suikervrije kauwgom kan de speekselproductie tijdelijk verhogen.

Kies uiteraard geen suikerhoudende snoepjes om een droge mond te bestrijden.

Dat is een beetje alsof je een brand probeert te blussen met benzine.


Gebruik géén suikerhoudende zuurtjes tegen een droge mond

Dit verdient een aparte waarschuwing.

Patiënten met een droge mond gaan soms automatisch:

snoepjes zuigen.

Dat voelt prettig omdat de speekselklieren hierdoor gestimuleerd worden.

Maar als die snoepjes suiker bevatten en je gebruikt ze de hele dag door, creëer je juist een zeer hoog cariësrisico.

Zure snoepjes kunnen bovendien ook erosie bevorderen.

Kies dus bewust voor geschikte suikervrije alternatieven.


Speekselvervangers: helpen die?

Er bestaan:

  • sprays;
  • gels;
  • mondbevochtigers;
  • mondspoelingen;
  • en kunstmatige speekselproducten.

Die kunnen tijdelijk verlichting geven.

Vooral ’s nachts kan een gel of bevochtigend product voor sommige patiënten prettiger zijn dan voortdurend water drinken.

Maar het effect verschilt sterk per persoon.

Onderzoek laat zien dat veel lokale middelen vooral symptomatische verlichting geven; het bewijs dat ze de daadwerkelijke speekselproductie structureel verbeteren is beperkter.

Daarom geldt:

gebruik wat voor jou prettig werkt, maar verwacht geen wondermiddel uit één flesje.


Fluoride wordt belangrijker wanneer je mond droog is

Bij een verhoogd cariësrisico wordt preventie belangrijker.

Dat betekent onder andere:

  • tweemaal per dag zorgvuldig poetsen met fluoridetandpasta;
  • plaque goed verwijderen;
  • extra aandacht voor interdentale reiniging;
  • en afhankelijk van het individuele risico aanvullende fluoridemaatregelen.

Bij een duidelijk verhoogd cariësrisico kunnen we bijvoorbeeld beoordelen of een hogere fluorideconcentratie of professionele fluoridetoepassing geïndiceerd is.

Dat beslissen we individueel.

Meer fluoride is namelijk niet automatisch voor iedereen noodzakelijk.


Voeding wordt óók belangrijker

Bij weinig speeksel kunnen eet- en drinkgewoonten zwaarder gaan wegen.

Ik let dan vooral op:

  • hoeveel vrije suiker iemand gebruikt;
  • hoe vaak wordt gegeten;
  • hoe vaak zoete dranken worden gedronken;
  • hoeveel zure dranken worden gebruikt;
  • of iemand ’s nachts iets anders dan water drinkt;
  • en of vanwege slikproblemen juist veel zachte, koolhydraatrijke voeding wordt gebruikt.

Het gaat dus niet alleen om:

“eet je snoep?”

Het gaat om het totale patroon.

Een voedingsdagboek van enkele dagen kan dan verrassend veel informatie opleveren.


Wat moet je doen als je denkt dat je medicijnen de oorzaak zijn?

Stap één is:

niet zelf stoppen.

Bespreek de klachten met je tandarts, huisarts of apotheker.

Soms is het mogelijk om te onderzoeken:

  • of een ander geneesmiddel vergelijkbare werking heeft met minder monddroogte;
  • of het innamemoment kan worden aangepast;
  • of een dosiswijziging medisch verantwoord is;
  • of meerdere geneesmiddelen elkaar versterken;
  • of dat veranderen juist absoluut niet verstandig is.

Die beslissing hoort bij de voorschrijvende arts of apotheker, niet bij de patiënt alleen.

Wij kunnen vanuit de mondzorg wél duidelijk beschrijven:

wat het effect in de mond is.

Dat kan belangrijke informatie zijn bij de medische afweging.


Wanneer moet je verder zoeken dan medicatie?

Medicijnen zijn een veel voorkomende oorzaak.

Maar niet iedere droge mond komt door medicijnen.

Andere mogelijke oorzaken zijn onder andere:

  • uitdroging;
  • diabetes;
  • de ziekte van Sjögren;
  • bestraling van het hoofd-halsgebied;
  • bepaalde kankerbehandelingen;
  • zenuwbeschadiging;
  • en andere medische aandoeningen.

Daarom is een nieuwe, ernstige of onverklaarde droge mond reden om verder te kijken.

Zeker wanneer er daarnaast andere klachten bestaan, kan overleg met huisarts of specialist verstandig zijn.


Kan de tandarts meten hoeveel speeksel ik maak?

Ja.

In bepaalde situaties kunnen we speekselproductie beoordelen of meten.

Maar een getal alleen vertelt niet het hele verhaal.

We combineren informatie uit:

  • jouw klachten;
  • medicatie;
  • medische voorgeschiedenis;
  • klinische bevindingen;
  • cariësactiviteit;
  • slijmvlies;
  • voedingspatroon;
  • en zo nodig speekselonderzoek.

Want iemand behandelt geen speekselwaarde.

We behandelen een patiënt met een bepaald risico.


Waarom ontstaan soms ineens overal problemen?

Dat is een situatie die ik als restauratief tandarts belangrijk vind.

Een patiënt kan jarenlang een stabiel gerestaureerd gebit hebben.

Dan veranderen gezondheid of medicatie.

De mond wordt droger.

En binnen relatief korte tijd zien we:

  • nieuwe cariës;
  • cariës langs restauratieranden;
  • wortelcariës;
  • afgebroken restauraties;
  • slijmvliesklachten;
  • en een steeds ingewikkelder restauratief probleem.

Dan is alleen iedere nieuwe plek vullen eigenlijk symptoombestrijding.

We moeten proberen de oorzaak van het veranderde mondmilieu te begrijpen.

Anders blijven we repareren terwijl het onderliggende risico aanwezig blijft.


Restaureren zonder preventie is dweilen met de kraan open

Dat klinkt misschien wat streng.

Maar het vat het probleem goed samen.

Stel dat ik prachtig composiet, keramiek of kronen maak terwijl:

  • de mond extreem droog blijft;
  • iemand de hele dag suikerhoudende drank gebruikt;
  • fluoride onvoldoende is;
  • en het medicatie-effect niet is besproken.

Dan kan technisch fantastisch tandheelkundig werk alsnog een veel slechtere prognose krijgen.

Daarom bestaat goede restauratieve tandheelkunde voor mij uit twee delen:

1. herstellen wat beschadigd is

én

2. begrijpen waarom het beschadigd raakte.

Dat tweede gedeelte is soms belangrijker dan het eerste.


Hoe behandelt Mondzorg Oost een patiënt met een droge mond?

We beginnen niet standaard met een bepaald product.

We beginnen met vragen.

Bijvoorbeeld:

  • Wanneer is de droge mond begonnen?
  • Is er recent medicatie gestart of veranderd?
  • Welke medicijnen gebruik je?
  • Heb je de hele dag of vooral ’s nachts klachten?
  • Moet je drinken om droog voedsel te kunnen slikken?
  • Word je ’s nachts wakker om water te drinken?
  • Zijn er medische aandoeningen?
  • Zijn er ineens meer gaatjes ontstaan?
  • Hoe ziet je voedingspatroon eruit?
  • Rook je?
  • Hoe verzorg je je mond?

Daarna beoordelen we de mond en stellen we een persoonlijk preventieplan op.

Dat kan bestaan uit een combinatie van:

  • optimaliseren van mondhygiëne;
  • fluoride;
  • voedingsadvies;
  • speekselstimulatie;
  • speekselvervangers;
  • aangepast controle-interval;
  • overleg met huisarts of apotheker;
  • en behandeling van reeds ontstane schade.

Geen droge mond is precies hetzelfde. Waarom zou het advies dat dan wel zijn?


Wanneer moet je een afspraak maken?

Laat je mond beoordelen wanneer je:

  • langdurig een droge mond hebt;
  • ’s nachts steeds water nodig hebt;
  • ineens veel nieuwe gaatjes krijgt;
  • branderige slijmvliezen hebt;
  • moeite hebt met slikken of spreken;
  • verandering van smaak merkt;
  • een prothese ineens minder comfortabel vindt;
  • regelmatig schimmelinfecties hebt;
  • of meerdere medicijnen gebruikt en merkt dat je mond steeds droger wordt.

Wacht liever niet totdat er pijn ontstaat.

Cariës door speekseltekort kan sneller verlopen dan patiënten gewend zijn.


Veelgestelde vragen over droge mond en medicijnen

Welke medicijnen geven het vaakst een droge mond?

Onder andere antidepressiva, antihistaminica, bepaalde bloeddrukmedicijnen, diuretica, middelen tegen een overactieve blaas, bepaalde pijnstillers en diverse neurologische of anticholinerge geneesmiddelen kunnen droge-mondklachten geven. Het individuele risico verschilt sterk.

Mag ik stoppen met mijn medicijnen vanwege een droge mond?

Nee, niet zonder overleg met de voorschrijvende arts. Bespreek de klacht eerst met arts, apotheker of tandarts.

Waarom krijg ik ineens veel gaatjes?

Wanneer de hoeveelheid of kwaliteit van speeksel verandert, kan de natuurlijke bescherming tegen cariës sterk verminderen. Medicatie is één mogelijke oorzaak.

Helpt veel water drinken?

Water kan klachten tijdelijk verminderen, maar vervangt niet alle beschermende functies van speeksel.

Is kauwgom goed tegen een droge mond?

Suikervrije kauwgom kan helpen de speekselproductie te stimuleren wanneer de speekselklieren nog voldoende functioneren.

Welke tandpasta moet ik gebruiken?

Gebruik in ieder geval een fluoridetandpasta. Bij een sterk verhoogd cariësrisico kan de tandarts aanvullende fluoride adviseren.

Zijn speekselsprays zinvol?

Ze kunnen tijdelijke verlichting geven. Welke vorm het prettigst werkt verschilt per persoon.

Kan een droge mond slechte adem veroorzaken?

Ja. Minder speeksel kan de natuurlijke reiniging van de mond verminderen en bijdragen aan slechte adem.

Hoort een droge mond gewoon bij ouder worden?

Nee. Het komt vaker voor bij ouderen, maar medicatie en medische aandoeningen spelen daarbij een belangrijke rol.

Kan een kunstgebit meer klachten geven bij een droge mond?

Ja. Minder smering kan invloed hebben op comfort, slijmvlies en soms de stabiliteit van een prothese.


Mijn belangrijkste advies

Een droge mond klinkt als een klein probleem.

Maar voor een gebit kan het een behoorlijk grote verandering betekenen.

Daarom kijk ik bij een patiënt met plotselinge nieuwe cariës niet alleen naar de plek waar het gaatje zit.

Ik wil weten:

Waarom ontstaat dit nu?

Is de mond droger geworden?

Is medicatie veranderd?

Is het voedingspatroon anders?

Is de speekselbescherming afgenomen?

Daar zit vaak de echte oplossing.

Een vulling repareert het gevolg. Goede diagnostiek probeert ook de oorzaak te vinden.

Heb je langdurig last van een droge mond of merk je dat je sinds het gebruik van medicijnen sneller gebitsproblemen ontwikkelt?

Bespreek het met ons.

Neem liefst ook een actueel medicatieoverzicht mee.

Dan kunnen we niet alleen kijken naar wat er vandaag moet worden gerepareerd, maar vooral naar hoe we je gebit voor de toekomst kunnen beschermen.

📍 Mondzorg Oost – Nijmegen
Berg en Dalseweg 63
6522 BB Nijmegen

📞 024 – 329 42 38
📧 balie@mondzorgoost.nl

Prof. dr. Bas Loomans
Restauratieve tandheelkunde – Mondzorg Oost


Bronnen

KIMO. Xerostomie en hyposialie gerelateerd aan medicatie en polyfarmacie, 2021. Beschrijft de relatie tussen verminderde speekselproductie, erosie, cariës en medicatie.

https://www.hetkimo.nl/richtlijnen/2024-xerostomie-en-hyposialie-gerelateerd-aan-medicatie-en-polyfarmacie-2021/aan-de-slag-met-de-richtlijn/

American Dental Association – Xerostomia (Dry Mouth), bijgewerkt maart 2026. Over oorzaken, medicijngroepen, gevolgen, diagnostiek en behandeling van xerostomie. De ADA beschrijft medicatie als een belangrijke oorzaak en benoemt onder andere antidepressiva, antihistaminica, antihypertensiva, diuretica en andere geneesmiddelen.

National Institute of Dental and Craniofacial Research (NIH) – Dry Mouth. Patiënten- en professionele informatie over het belang van speeksel, oorzaken van monddroogte en risico's op cariës en orale infecties.

NHG – Behandelrichtlijn Droge mond (xerostomie). Nederlandse eerstelijnsrichtlijn. Beschrijft medicatie met anticholinerge werking als een belangrijke oorzaak en adviseert onder andere aandacht voor medicatie, mondhygiëne, vochtgebruik en speekselstimulatie.

Wolff A, Joshi RK, Ekström J et al. – A Guide to Medications Inducing Salivary Gland Dysfunction, Xerostomia, and Subjective Sialorrhea. Drugs R D. 2017. Systematische review vanuit het World Workshop on Oral Medicine met een uitgebreide inventarisatie van geneesmiddelen die invloed kunnen hebben op speekselklierfunctie.

Villa A, Connell CL, Abati S. – Diagnosis and management of xerostomia and hyposalivation. Therapeutics and Clinical Risk Management. 2015. Over diagnostiek, oorzaken, preventie en behandeling van xerostomie en hyposialie.

Spirig L et al. – Efficacy of topical treatments for xerostomia in older adults: systematic review, 2025. Concludeert dat lokale producten symptomatische verlichting kunnen geven, maar dat bewijs voor structurele verbetering van de speekselproductie beperkt blijft.

Ito K et al. – Characteristics of medication-induced xerostomia and effect of treatment. 2023. Onderzoek naar medicatiegerelateerde xerostomie en verschillende behandelmogelijkheden.

Plemons JM, Al-Hashimi I, Marek CL – Managing xerostomia and salivary gland hypofunction. Journal of the American Dental Association. Professioneel overzicht over diagnostiek en multidisciplinaire behandeling.